DAG JURKJES

“Opgeruimd staat netjes.” dacht ik toen ik een tas vol jurkjes naar de tweedehands kledingwinkel bracht. Met mijn eindexamen achter de rug waaide er een frisse wind door mijn leven en kledingkast.


Als peuter wilde ik al geen jurkjes dragen. Het liefst huppelde ik rond in een tuinbroek. Ik werd nooit gedwongen om bepaalde kleding te dragen. Toch paste ik me vanzelf (gedeeltelijk) aan de vrouwelijke norm van de maatschappij aan.


Hoe ouder ik werd des te meer dit aan me begon te knagen. Het was een verwarrende zoektocht om te leren onderscheiden wat de zogenaamde norm was en wat mijn eigen identiteit was. Bovendien was er weinig over genderexpressie bekend.


Steeds vaker merkte ik dat ik me benauwd voelde als ik een jurk droeg. Alsof ik een essentieel deel van mezelf de mond snoerde. Ik snakte naar lucht. Naar mezelf zijn. Maar ik schaamde me en was bang voor de mening van anderen.


Totdat ik besefte dat de norm ook maar de norm is. Er is geen juiste of foute manier om vrouw te zijn. Om mens te zijn. Er zijn oneindig veel manieren! Dus gunde ik mijn jurkjes een nieuwe toekomst. Een last viel van mijn schouders.


Een week later liep ik langs diezelfde tweedehands kledingwinkel. Daar wapperde mijn jurk vrij in de wind aan het kledingrek, wachtend op een nieuw leven. Ik keek er even naar. Tevreden liep ik in mijn spijkerbroek verder. In vrijheid een nieuwe toekomst tegemoet.